ENG

The issue of identity is emerging in society. The question of why we exist and what we should achieve, is

frequently replaced by the question of who we are, both as a group and individually. It is as if the question of identity has become

fashionable, causing the search for oneself to be overlooked. The search for oneself can only be done individually, without intervention from others or fashionable influences from society.

Art is the perfect place to embark on this journey, because the location of ‘I’ in life can only be reflected upon through the imagination. In this way an artist can stimulate the imagination of a spectator and invite him on a voyage of self discovery. To achieve this the artist has his own aesthetics at his disposal.

This sounds simple but to create ones own aesthetics means to live and work hard, often with ups and downs. The resistance that the material often gives, has to be overcome or effectively used to create an image that surprises and intrigues both artist and spectator.

Sara Benhamou (1957) has lived in many different cultures and countries over the years. She arrived in each place through a combination of fate and choice. For her, the question of “Who am I?” is an obvious one. In her work she resists her identity being determined by or forced on her by others. She does this by focussing on herself and not by opposing society. She tries to create an image of self, how it manifests itself, how it hides or how it surfaces against all odds.Recently she has completed a number of works that show this in a monumental way. The female figure, a common theme in her work, seems set against the background. The figure can be seen as the ‘I’ of the artist but the spectator is free to identify with what he sees. Sometimes she distances herself from her surroundings and at other times she appears to melt into it. Through her choice of materials it is possible to imagine one is looking at a fossil.

Benhamou, who considers emotion an important motive, has tried to shield the figure, the ‘I’, from emotion. To reach the ‘I’ the emotion must be suppressed, as if turned to stone or evaporated into mist. For this reason the figure stands in a kind of no-man’s-land, somewhat insecure, arms hanging beside the body and one leg warily extended towards the spectator.

There are different interpretations possible for the works, all of which are as valid as each other. The ‘I’ becomes both visible and invisible as it vanishes into the background, just like an animal in hiding. The female figure looks fossilized in her surroundings, but she also seems to want to move hesitantly. The image invites the spectator to look carefully, to distinguish the outlines and to think of how the figure might have looked in real life.

The same applies to a series of smaller but no less monumental works in which Benhamou uses the silhouette of the portrait from the shoulders upwards. This shape has a unique form of immense power, that manifests itself as a kind of ghost, illuminating or with a rust-brownish tint.

These two series also show how Sara Benhamou uses her materials in her exploration of the ‘I’. Benhamou allows structure and texture to play the lead role in these works, as she did in her earlier works where she used diverse materials and disciplines to visualize her ideas and exploration. Her aesthetic is restrained: irrespective of her choice of material, nowhere does she allow her emotions free rein, as that would stand in the way of her objective of a universally intelligible aesthetic. Time and time again she invites the spectator to come closer and fall under the spell of her images. It is never forced upon the spectator, it manifests itself.

Bertus Pieters

 

NL

Het vraagstuk van de identiteit dringt zich in onze samenleving steeds meer op. De vraag waarom we er zijn en wat wij zouden moeten doen, wordt steeds meer vooraf gegaan door de vraag wie we zijn, als groep en als individu. Het is of het identiteitsvraagstuk tot een mode is uitgegroeid waardoor de individuele zoektocht naar het ik ondergesneeuwd dreigt te raken. Juist die zoektocht kan alleen individueel ondernomen worden, zonder tegenwerpingen van anderen of modieuze ruis uit de samenleving. De kunst is het uitgelezen domein om die tocht in te ondernemen, want de plaats van het ik in het leven kan alleen met verbeeldingskracht beschouwd worden. De kunstenaar kan daarmee ook de verbeeldingskracht van de kijker stimuleren en die uitnodigen mee te gaan in de ontdekkingstocht. De kunstenaar heeft daarbij een eigen esthetica ter beschikking. Dat klinkt vrij gemakkelijk, maar een eigen esthetica wordt bereikt door te leven en veel te werken, vaak met vallen en opstaan. De weerstand die het materiaal meestal biedt, moet overwonnen of juist gebruikt worden om een beeld te bereiken dat zowel de kunstenaar als de kijker verrast en intrigeert.
Sara Benhamou (1957) heeft door de jaren heen in verschillende samenlevingen in verschillende landen geleefd. Ze kwam er terecht door lot en keuze. Voor haar is de vraag ‘wie ben ik?’ dan ook een voor de hand liggende. In haar werk verzet ze zich ertegen dat haar identiteit door anderen wordt bepaald of opgedrongen. Ze doet dat niet door tegen de samenleving te hoop te lopen maar juist door zich te concentreren op zichzelf. Ze probeert een beeld te scheppen van het eigene, hoe zich dat manifesteert, maar ook hoe het zich verstopt of hoe het juist naar voren komt tegen de verdrukking in.
Recentelijk heeft ze een aantal werken gemaakt die daaraan op monumentale wijze uiting geven. De vrouwenfiguur, een rode draad in haar werk, lijkt er gestold tegen de achtergrond. De figuur kan gezien worden als het ik van de kunstenaar, maar de kijker is ook vrij zichzelf erin te herkennen. Soms maakt ze zich duidelijk los uit de omgeving, dan weer lijkt zij erin op te lossen. Door het materiaalgebruik kun je zelfs menen naar een fossiele afdruk te kijken. Benhamou, voor wie de emotie een belangrijke drijfveer is, heeft juist geprobeerd de figuur, het ik, te vrijwaren van de emotie. Om het ik te bereiken moet de emotie tot rust gebracht worden, als versteend in het geheel of opgelost in de nevels. De figuur staat daardoor in een soort niemandsland, enigszins onzeker met de armen langs haar zijde en een been voorzichtig vooruit gezet, naar de kijker toe.
Er zijn voor deze werken meerdere interpretaties mogelijk en allemaal even valide. Het ik wordt zowel zichtbaar als dat het verdwijnt in de achtergrond, als bij een gecamoufleerd dier. De vrouwenfiguur ligt vast in haar contour in haar omgeving als een fossiel, maar ze lijkt ook voorzichtig te willen bewegen. Het beeld nodigt de beschouwer uit nauwkeurig te kijken, de contour te onderscheiden en zich af te vragen hoe de figuur er in levenden lijve uit zou zien.
Dat geldt evenzeer voor een serie kleinere maar niet minder monumentale werken waarin Benhamou de contour van alleen het portret vanaf de schouders gebruikt. Die vorm heeft van zichzelf al een monumentale kracht, die zich soms zelfs als een soort geest manifesteert, oplichtend of met een roestbruine tint.
Deze twee series laten ook zien hoe Benhamou haar materialen aanwendt in haar verkenningen van het ik. Ze laat de structuur een hoofdrol spelen in deze werken zoals ze dat al eerder deed en zoals ze steeds de meest uiteenlopende materialen en disciplines kiest om haar ideeën en verkenningen te visualiseren. Haar esthetiek is er een van ingehoudenheid: nergens, welk materiaal ze ook gebruikt, laat zij haar emoties de vrije loop, want dat zou haar streven naar een algemeen
verstaanbare esthetiek te zeer in de weg staan. Steeds nodigt zij de kijker uit naderbij te komen en in de ban te komen van het beeld dat zij biedt. Dat dringt zich niet op, maar manifesteert zich.

Bertus Pieters